De kat

Een nieuw kitten

Een kitten kan aangekocht worden bij een fokker, particulier of het asiel. Een goede fokker zorgt goed voor zijn poezen; deze worden in huiselijke omgeving gehouden en de moederpoes moet ALTIJD aanwezig zijn. Voor bepaalde rassen zijn extra testen voor de ouderdieren gewenst (vb hartproblemen bij de Britse korthaar), vraag meer info aan uw dierenarts. Let er bij de aankoop op dat de oortjes proper zijn, de oogjes helder en dat het kitten niet niest. Een gezond kitten is levendig.
Laat het kitten bij thuiskomst eerst een paar dagen rustig aan zijn nieuwe omgeving wennen, voorzie hem van eten, drinken, een kattenbak en speelgoed. Een krabpaal is zeker ook een goed idee. Ga de eerste dagen best even naar de dierenarts voor een algemene check-up.
Een kitten dient regelmatig (om de maand) ontwormd te worden. Vraag de dierenarts dus een goed ontwormingsmiddel.
Geef de poes bij voorkeur droogvoer. We zien erg veel katten met tandproblemen en droogvoer kan deze problemen toch in belangrijke mate voorkomen. Af en toe een extraatje moet natuurlijk kunnen. Meer voedingsadvies kunt u vragen aan de balie.

”Minder”

Vaccinaties

Een kitten wordt voor het eerst ingeënt op de leeftijd van 9 weken tegen kattenziekte en niesziekte. Een inenting tegen kattenleukemie is eveneens sterk aan te raden als de poes buiten loopt of op pension gaat.
De tweede inenting gebeurt op 12 weken en is een herhaling van de voorgaande.
De inenting voor niesziekte en leucose moet jaarlijks herhaald worden. De inenting voor kattenziekte moet om de 3 jaar herhaald worden.

”Minder”

Een chip?

EEN CHIP
Sinds 1 november 2017 moeten de volgende katten geïdentificeerd zijn (met chip) en worden geregistreerd in de centrale databank CatID:
* alle katten jonger dan 12 weken
* alle katten voor ze weggegeven of verkocht worden
* alle katten uit het buitenland, als ze langer dan 6 maanden in België gaan verblijven

Wanneer uw kat verloren loopt en teruggevonden wordt, is het voor de dierenarts, dierenbescherming of politie gemakkelijk om de eigenaar terug te vinden.

”Minder”

Castratie en sterilisatie


Sinds 1 september 2014 moet elke kat vóór die verkocht of weggegeven wordt, gecastreerd of gesteriliseerd zijn.
Uitzonderingen op de castratieverplichting zijn
* katten die naar een erkende fokker (met HK-nummer) gaan.
* katten die voor het buitenland bestemd zijn.

”Minder”

Vlooien en teken


Een vlooien- en tekenproduct moet gegeven worden eens het wat warmer wordt (april tot oktober). Er zijn verschillende mogelijkheden om uw kat te beschermen tegen vlooien en teken. Er zijn pipetjes voor in de hals, welke één keer per maand tot één keer per 3 maand worden toegediend. Daarnaast zijn er ook tabletjes die u maandelijks dient te geven of ook zeer goede vlooien- en tekenbanden voor poezen! Deze banden geven een langdurige bescherming van 7 tot 8 maanden.

”Minder”

Hyperthyroidie

Hyperthyroidie (=een te snel werkende schildklier) wordt vaak gezien bij oudere katten en wordt meestal veroorzaakt door een goedaardige tumor in één of beide schildklierlobben.

 

De schildklier maakt schildklierhormoon aan (ook wel T4 genoemd). Dit hormoon heeft een stimulerend effect op de stofwisseling in het lichaam. Een kat met een hyperactieve schildklier heeft dus een verhoogde stofwisseling. Ze zal actiever (onrustiger) zijn, heeft een snellere hartslag en zal meer eten. Het lichaam verbruikt echter meer energie dan de kat kan opeten, dus het dier vermagert.

 

Welke symptomen kunnen we zien bij katten met hyperthyroidie?
meer drinken en plassen
vermageren ondanks goede eetlust
op koele plekken liggen
onrustig gedrag
hijgen
braken en/of diarree
verhoogde hartfrequentie
hartruis
vergrote schildklier voelbaar (hals)
verhoogde bloeddruk
ziek en suf (vergevorderd stadium)

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Na een goed klinisch onderzoek, wordt er een bloedonderzoek gedaan. Hierin gaan we op zoek naar een verhoogde waarde van het schildklierhormoon. Aangezien de meeste katten iets ouder zijn, worden ook de andere organen nagekeken in dit bloedonderzoek.

Ideaal gezien gebeurt er ook een bloeddrukmeting bij deze patiënten, al is dit niet altijd even gemakkelijk.

Met een scan (scintigrafie) kan de hyperactieve schildklier in beeld gebracht worden.

Behandeling

De bedoeling van de therapie is dat het schildklierhormoon in het bloed zakt tot een normale waarden en dat de symptomen van de kat verdwijnen. Er zijn verschillende mogelijkheden:

1. Medicatie

Er bestaan tabletjes die de productie van het hormoon afremmen. Deze moeten 1-2 keer per dag gegeven worden.

Voor katten die niet te pillen zijn, bestaat er een oor(schelp)zalf die dagelijks aangebracht dient te worden.

2. Operatie

In sommige gevallen kan de aangetaste schildklierlob verwijderd worden. Dit is niet zonder risico en is niet voor elke patiënt mogelijk.

3. Behandeling met radioactief jood

Na een scan (scintigrafie), zal een injectie radio-actief jood de hyperactieve schildklier inactiveren. Deze behandeling wordt aangeboden in de Universitaire dierenkliniek van Gent. De poes wordt een paar dagen opgenomen. Na de ingreep moet goed opgevolgd worden of de schildklierwaarde normaliseert (en zeker niet te laag wordt). Na de behandeling is de kat nog een paar weken radioactief, ze mag niet buiten en mag niet in aanraking komen met zwangere vrouwen en kleine kinderen. U dient eveneens een zeer stricte hygiëne te respecteren ivm speeksel, urine en ontlasting van uw huisdier.

4. Aangepaste voeding

Als de kat een jodiumvrije voeding eet, dan zal de schildklierwaarde zakken. Dit dieet moet strict en levenslang gegeven worden. Vraag uw dierenarts of onze assistenten om meer uitleg over deze voeding.

De meeste katten met schildklierproblemen hebben een goede prognose op voorwaarde dat ze goed opgevolgd worden

Opvolging

Een eerste bloedname gebeurt na een maand. We checken of het schildklier-hormoon in het bloed gezakt is en of de kat zich beter voelt. Op basis van de uitslag kan de medicatie aangepast worden.

Is de uitslag goed, dan zal er geadviseerd worden om regelmatig op controle te komen (om de 3-6 maand) om de kat te evalueren en met een bloedtest te kijken of de schildklier-waarde in orde is. ook de andere organen (vnl de nieren) moeten regel-matig nagekeken worden.

”Minder”

Suikerziekte bij de kat

Suikerziekte is een aandoening waarbij de alvleesklier geen/niet voldoende insuline aanmaakt. Het lichaam heeft insuline nodig om glucose te kunnen gebruiken als brandstof.

Hoe herkent u suikerziekte
veel drinken, veel plassen
braken
vermageren
zwakte, sloomheid
meer of net minder eten
eventuele blindheid

Oorzaken van suikerziekte

overgewicht
ziekte van de alvleesklier
medicatie (vb cortison) en hormonen (vb oestrogenen)
ouderdom
erfelijke factoren
idiopatisch (oorzaak onbekend)

Hoe wordt de diagnose gesteld?
Suikerziekte bij katten wordt vastgesteld via een bloedonderzoek. Soms is ook een urine-onderzoek aangewezen.

De behandeling
Soms kan suikerziekte genezen worden (voornamelijk bij obese poezen) en zien we dat de eigen insuline-productie weer op gang komt. Meestal is de behandeling echter levenslang.

1. Inspuiten van insuline
Uw poes heeft 2 injecties per dag nodig met ongeveer 12 uur tussentijd. Uw dierenarts zal u dit aanleren. Insuline dient in de koelkast bewaard te worden en gezwenkt voor gebruik. In het begin meten we regelmatig het glucose-gehalte in het bloed en passen we de dosis insuline aan tot de glucose in het bloed een goede waarde bereikt heeft. De eerste tekenen dat de waarde beter wordt, is het verdwijnen van het overmatig drinken.

2. De voeding
Aangezien het glucosegehalte in het bloed afhankelijk is van de voeding die de kat eet, is het belangrijk dat uw kat een aangepaste voeding krijgt. Deze voeding bevat meer vezels (trage afgifte van suikers), hoogwaardige eiwitten, minder vet en minder koolhydraten. Vraag voedingsadvies aan onze assistenten! De voeding kan gegeven worden op de tijdstippen van de insuline-inspuitingen of gewoon ad libitum (vrij beschikbaar). Uw dierenarts bespreekt wat voor uw kat het beste is.

Zelf glucose meten?
Nadat de ideale insulinedosis voor uw kat is bepaald, kunt u eventueel zelf de waarden opvolgen in het bloed (met een oor/voetzool-prikje) of in de urine (minder betrouwbaar). Het is normaal dat de waarden wat schommelen doorheen de dag.
De glucosemetingen gebeuren best +- 4 uur na de insuline-injectie. Pas nooit zelf de insulinehoeveelheid aan, overleg eerst met uw dierenarts!

Hypo = spoed!
Als het suikergehalte in het bloed te laag wordt, kan dit levensbedreigend zijn voor uw kat. Dit kan vb gebeuren als de kat een insuline-injectie gekregen heeft, maar niet eet. Geef onmiddellijk iets zoet (druiven-suiker, honing,…). Symptomen:

Honger
Sloom
Waggelende gang
Spiertrillingen
Comateus worden

”Minder”

Nierfalen bij de kat

Nierfalen bij katten is een veel voorkomend probleem. De nieren verwijderen afvalstoffen uit het bloed via de urine. Nierfalen geeft een stijging van deze afvalstoffen in het bloed. Dit leidt tot bloedvergiftiging, maag/darm-beschadigingen, zware tandvlees-ontstekingen,… en uiteindelijk coma en sterfte van de kat. Acuut nierfalen is het plots uitvallen van de nierfunctie (door vb een vergiftiging of een blaasobstructie). Chronisch nierfalen is een progressieve vernietiging van functioneel nierweefsel. Meestal is deze beschadiging onomkeerbaar.

Hoe herken je een kat met nierfalen?
veel drinken en plassen
slechte huidconditie
braken
vermageren, zwakte
slechte adem

Hoe wordt de diagnose gesteld?
Een bloedonderzoek is onontbeerlijk. Hierin gaan we op zoek naar afvalstoffen die de nieren normaal uit het bloed moeten filteren. Ook een urine-onderzoek kan ons aanvullende informatie geven over de nierfunctie van uw kat.

De behandeling van nierfalen
Helaas is chronisch nierfalen bij de kat niet te genezen. De behandeling is erop gericht om verdere beschadiging van de nieren te voorkomen en de klachten van de kat te verminderen.
Komt de kat ziek binnen met ernstig nierfalen, dan wordt er voor een paar dagen een infuus aangelegd om de nieren te gaan ‘spoelen’. Zo zullen de giftige stoffen voor een groot deel uit het bloed verwijderd worden. De patiënt krijgt ook aangepaste medicatie en nierdieet.
Slaat de behandeling aan dan zal de kat zich beter voelen en opnieuw beginnen eten. De nierwaarden in het bloed zakken en de kat kan naar huis met aangepaste medicatie en voeding.
Soms echter is de schade aan de nieren zo groot, dat er geen verbetering wordt gezien met de therapie. We zullen dan samen met u de mogelijkheden doornemen en soms wordt er euthanasie voorgesteld.

Drankopname stimuleren is belangrijk voor nierpatiëntjes. Dit kan gebeuren door meer natte voeding te geven, door zelf bouillon te maken, door drinkfonteintjes te zetten, door smaakjes aan het water te geven (leg er eens schelpjes in,…).

Eetlust stimuleren is eveneens belangrijk. Poezen met nierfalen zijn vaak slechte eters. We zoeken een niervoeding die de kat lekker vindt. We kunnen ook medicatie geven tegen de misselijkheid en om de eetlust op te wekken. Wil uw kat echt geen aangepaste voeding eten, geef dan het gewone voer (in overleg met uw dierenarts). Iets eten, is altijd beter dan niets.

Medicatie voor nierpatiëntjes: er bestaan verschillende producten om deze poezen te behandelen. Producten om de (vaak verhoogde) bloeddruk te verlagen, om de resterende nefronen te beschermen, om het (soms verhoogde) fosfor te verlagen, om de nieren extra te ondersteunen. De dierenarts bekijkt samen met u wat uw kat nodig heeft.

Een kat met nierfalen zal van nabij gevolgd moeten worden met regelmatige check-ups, wegingen en bloedcontroles.

Nierdieet
Aanpassen van de voeding is ongetwijfeld één van de belangrijkste zaken bij een kat met nierfalen. Nierdieet bevat hoogwaardige eiwitten en een lager fosforgehalte. Er zijn ook tal van additieven toegevoegd (oa vitamine B) die belangrijk zijn voor nierpatiëntjes. De voeding is gemakkelijker afbreekbaar en er worden minder afvalstoffen gevormd die door de nieren afgevoerd moeten worden. De nierlichaampjes die nog werken, worden zo beter beschermd en zullen hun werking langer kunnen uitvoeren.

”Minder”

Blaasproblemen bij de kat

Katten hebben relatief vaak blaas- en urinewegproblemen. Dit heet FLUTD (feline lower urinary tract disease)

Hoe herkent u een blaasprobleem?
frequenter bezoek aan de kattenbak
plassen naast de bak
bloed bij de urine
pijn bij het plassen (miauwen)
persen bij het plassen
moeilijk tot niet kunnen urineren
meer likken aan de geslachtsorganen

De meest voorkomende oorzaken zijn:

1. Blaasgruis
Gruis (=zeer kleine steentjes) in de blaas/plasbuis is een probleem want het kan de blaaswand en de plasbuis beschadigen. Dit kan resulteren in ontstekingen, pijn bij het plassen en moeilijk plassen. Bovendien kan het gruis samenklitten tot steentjes die obstructies kunnen veroorzaken. Deze poezen kunnen niet meer plassen.

2. Bacteriële blaasontsteking
Bij katten wordt slechts een klein deel van de blaasproblemen veroorzaakt door bacteriën zonder meer.

3. Idiopatische blaasontsteking
We spreken van een idiopatische cystitis als andere oorzaken (gruis, infectie) uitgesloten werden. Deze vorm is verantwoordelijk voor meer dan 60% van de blaasproblemen bij katten. Stress is een belangrijke factor. Een minder goed gevormd/functionerend blaasslijmvlies en overprikkeling van de blaaszenuwen lijken ook een rol te spelen.

De diagnose van het plasprobleem
Een urine-onderzoek is ongetwijfeld het belangrijkste onderzoek. We gaan op zoek naar gruis, ontstekingscellen, bacteriën,… .
Soms is een bijkomend onderzoek nodig (RX-foto, echografie van de blaas, bloedonderzoek).

De behandeling
Een bacteriële ontsteking wordt behandeld met antibiotica en pijnstillers/ontstekingsremmers.

Een poes met blaasgruis moet op een aangepast dieet, afhankelijk van het soort gruis, zodat ze deze steentjes niet meer aanmaakt. Wij geven u graag advies over welke voeding voor uw kat het meest geschikt is. Is er een urineweg-obstructie dan is een sondage of operatie nodig om de blokkade op te heffen.

De behandeling van idiopatische cystitis is divers. Pijnstillers, medicatie om de blaaswandstructuur te verbeteren, aanpakken van de stress-problematiek,… .

We hebben in VvD assistenten met bijzondere interesse en veel ervaring in kattengedrag. Vraag een gedragsconsult en krijg tips over stressbeperking bij uw huisdier.

SPOED!
Een poes die niet kan plassen is een spoedgeval. De blaas zal overvuld geraken, de druk op de nieren wordt te groot en de poes wordt heel erg ziek (suf, braken, pijn, ev sterfte). Een snel herstel van de doorgang is essentieel. Plaatsing van een urinesonde en tijdelijke hospitalisatie is noodzakelijk.

Extra tips voor blaaspatiëntjes…
1. Laat uw kat meer drinken: hierdoor zal hij/zij meer gruis uitplassen, zal de blaas meer gespoeld worden en is er minder infectiegevaar. Probeer drinkfonteintjes, geef een grote glazen drinkbak (ev met schelpjes erin), maak zelf vlees/visbouillon, geef meer natvoer,…

2. Beperk overgewicht

3. Hou uw kat actief

4. Los stressproblemen op, indien aanwezig

Neem contact op met onze assistenten om deze problemen aan te pakken.

”Minder”