Bo, een mooie Duitse herderdame, staat op de onderzoekstafel. Ze werd doorgestuurd door een collega om een operatieve ingreep te ondergaan. Bo heeft immers een tumor en deze is gelokaliseerd op een genante plaats, namelijk aan haar aars.
Ingreep onvermijdelijk
Bo wordt volledig onderzocht om zeker te zijn dat haar zeven jaar jonge lichaam een algemene verdoving goed kan doorstaan. En dan nemen we dat 'genante bolletje' even onder de loep. Hinderlijk is het wel degelijk, zowel voor de eigenaar, als voor Bo. Voor de eigenaar kan dit esthetisch niet door de beugel, voor Bo is het een vervelend gevoel: ze schuurt geregeld met de aars over de grond om dat 'vervelende gevoel' kwijt te geraken, wat uiteraard niet lukt en resulteert in irritatie van de tumor en de omringende weefsels. Inderdaad: chirurgie is hier de enige optie als start van de behandeling
De operatie
Na inductie wordt Bo aan het toestel voor gasanesthesie gelegd. Haar anesthesie is stabiel zodat er aan de tumor kan gewerkt worden. Op het eerste zicht lijkt deze tumor eentje van het 'aangename type' te zijn: hij zit vast op een vrij dun steeltje, net aan de binnenzijde van de aarsmucosa (slijmvlies). De tumor kan vrij vlot verwijderd worden, zonder al te diep te moeten snijden, zodat de anuskringspier niet moet ingesneden worden en er dus geen kans bestaat voor eventuele fecale incontinentie. Er is geen woekering van ongezond tumor- weefsel rond het 'steeltje', alle ongezonde weefsel is dus snel en volledig verwijderd. Dat geeft moed voor de aard van de tumor, al kan men natuurlijk nooit zeker zijn louter en alleen op het zicht.
Het herstel
Bo's recovery verloopt voorspoedig en in de latere namiddag wandelt ze vrolijk met haar eigenaars de kliniek buiten, de staart warempel al hoog gedragen, en ja: esthetisch is alles in orde. De eigenaars zijn hier echt blij om en nu is het afwachten op de resultaten van het anatoompathologisch onderzoek.
Drie regio's voor deze tumoren
In en rond de aars kunnen zich tal van tumoren ontwikkelen: goedaardige, kwaadaardige, van allerlei slag, die elk een specifieke behandeling nodig hebben. We kunnen de tumoren grosso modo in drie regio's onderbrengen:
- De echte anale tumoren. Deze gaan uit van het aarsslijmvlies. Dit zijn meestal poliepen van het adenoma of van het papillomatype. Ze zijn zichtbaar of zitten meer inwendig, onzichtbaar voor de buitenwereld, maar zorgen voor persdrang bij de patiënt. Deze poliepen zijn goedaardige woekeringen en chirurgisch verwijderen is voldoende als behandeling. Uiteraard moeten deze poliepen altijd onderzocht worden, want in een darm kunnen ook kwaadaardige tumoren woekeren zoals adenocarcinomen, leiomyomen en lymphomen die een heel andere behandeling vergen. Soms is een colonscopie aangewezen om te zien of er verder in de darm nog woekeringen zijn. Een colonscopie houdt in dat men met een soepele soort buis met lichtbron kan gaan kijken in de darm, via de aars, zonder dat er moet gesneden worden: een niet-invasieve manier van diagnosestelling dus. Doorheen zo'n scoop kunnen allerlei instrumentjes geschoven worden om bijvoorbeeld een biopsie te nemen of een massa weg te nemen, zonder de darm hiervoor te moeten openen.
- De anaalkliertumoren. Deze tumoren ontwikkelen zich vanuit de anaalklieren. Deze klieren zitten net naast de aars, als je de aars als een klokje bekijkt op 5 en op 7 uur. De klieren monden uit met een afvoerbuisje in de aars. De klieren worden in de volksmond ook wel eens stinkklieren genoemd. Deze klieren produceren immers een sterk ruikend vocht dat normaal wordt uitgescheiden wanneer de hond perst bij stoelgang maken. Wanneer de hond dan met de achterpoten de stoelgang flink verspreid, zit ook het sterk ruikend anaalkliervocht erop, zodat dit een zeer sterke geurvlag is bij de terreinafbakening van de hond. Deze anaalkliertumoren zijn meestal kwaadaardig, ze infiltreren snel in het omringend weefsel en gaan makkélijk uitzaaien. Deze tumoren zijn hormonaal gevoelig, meer precies voor vrouwelijke hormonen. Men ziet deze tumoren dan ook vaak bij teefjes.
- De perianaaltumoren. Deze tumoren komen zeer frequent voor bij oudere dieren. Deze woekeringen kunnen zich in de ganse aarsregio vertonen. We treffen grofweg twee types aan: de goedaardige perianaalklieradenomen en de kwaadaardige adenocarcinomen. De adenomen zijn dan wel goedaardig, maar vaak erg vervelend. Ze groeien, gaan makkelijk bloeden en zorgen daardoor voor ongemak bij de eigenaar. Men kan deze tumoren makkelijk chirurgisch te lijf gaan, maar helaas ontwikkelen ze zich makkelijk terug op een ander plekje rond de aars. De adenocarcinomen geven meer problemen. Deze zijn ook hormonaal gevoelig, dit keer aan mannelijke hormonen. Men ziet dit type dan ook meestal bij reuen. Vandaar dat er wordt aangeraden bij de chirurgische verwijdering van dit type tumor de reu tegelijk te castreren om de kans op groei van nieuwe tumoren te verkleinen. Vermits het hier meestal gaat over oudere dieren voor wie soms een algehele verdoving te belastend is, kan er gewerkt worden met medicatie die de groei van de tumoren kan afremmen. In sommige gevallen zal de tumor verkleinen, zodat de vervelende symptomen van bloeden en 'sleetje rijden' verdwijnen.
Happy endEn nu terug naar onze mooie Bo, met haar staart fier omhoog gedragen. Na een kleine week kunnen we de eigenaars van Bo heel gelukkig maken. Het anatoompathologisch verslag vermeldt: een goedaardige anale poliep, volledig verwijderd. Reden genoeg om vrolijk met de staart hoog te zwaaien!
Tekst en foto's: Dr.Kiki Vleeschouwers, Dierenkliniek vvD
Bron : Woef; nr 548 september 2009
