Home In de pers Diva heeft Pancreasinsufficiëntie

Op 6 november kwam Diva op visite. Neen, er wandelde geen blonde vamp binnen uit P-magazine, maar een fiere Duitse herder van bijna vier jaar die op de cover van Woef zeker niet zou misstaan! Zoals vele honden is Diva niet zo dol op de dierenarts. Alleen de koekjes op het einde van de rit kunnen haar goedkeuring wegdragen.

Persoonlijk ben ik ook niet echt dol op de tandarts, dus ik kan best begrijpen dat Diva niet zo graag op visite komt. Toen ik vroeg wat er scheelde, vertelde haar baasje mij dat ze al zeker één week last had van diarree zonder braken. Verder was ze levendig en speels zoals anders en had ze een goede eetlust. Bij navraag of ze misschien iets verkeerds gegeten had, bleek dat ze een halve tandenborstel had opgesmikkelden dat is natuurlijk niet zo bevorderlijk voor een goede spijsvertering.

Algemeen onderzoek
Vermits bij algemeen onderzoek geen vreemde dingen werden vastgesteld, werd de diarree behandeld met antibiotica en een ontstekingsremmer. Na één week, op het einde van de antibioticakuur, moesten de baasjes verslag uitbrengen. Na twaalf dagen kreeg ik een telefoontje. Diva's diarree was al na twee dagen verdwenen en de stoelgang was al ongeveer één week prima, maar sinds het weekend was ze "hervallen".
Vermits de tandenborstel nog niet was teruggevonden werd besloten om obstructie van de darmen door een vreemd voorwerp uit te sluiten en ook een staaltje stoelgang opgestuurd naar het labo. Diva was bij onderzoek nog steeds vrolijk en alert, haar buik bleef soepel maar ze was wel 900 gram afgevallen. Ook had ze een beetje koorts. De radiografie vertoonde geen obstructiebeeld en uit het stoelgang onderzoek bleek dat Diva moeite had om vetten en zetmeel te verteren. Vermits Diva vorige keer goed gereageerd had op de antibiotica werd die therapie herhaald.
De eigenaars moesten opnieuw na één week iets laten weten en Diva elke week wegen. Bleef ze vermageren, dan moest Diva's bloed gecontroleerd worden. Eén week later volgde meer nieuws. Diva had een netje met Franse kazen te pakken gekregen en alles met smaak verorberd. Die vette kaas wa natuurlijk wel lekker, maar niet zo geweldig voor haar darmen en opnieuw was de stoelgang platter dan normaal. Helaas was Diva opnieuw bijna 1 kg lichter. Bovendien had ze volgens haar eigenaar precies heel de tijd honger. Ze stond continu te schooien en at alles op straat op wat ze maar kon vinden.
In afwachting van het bloedonderzoek kreeg Diva een speciaal dieet arm aan vetten met een hogere verteerbaarheid. Diva's bloed werd volledig onderzocht en er werd ook een special test uitgevoerd om de werking van de pancreas (alvleesklier) te controleren. Zo werd dan de uiteindelijke oorzaak van Diva's diarreeprobleem opgespoord. Ze bleek namelijk te lijden aan een aandoening van de pancreas, meer bepaald exocriene pancreasinsufficientie (EPI).

Symptomen
De meest voorkomende klachten zijn het produceren van grote hoeveelheden bleke stoelgang (steathorree) en vermageren. De diarree kan evolueren van een brij tot echt waterige stoelgang. Andere mogelijke klachten zijn polyfagie (vraatzucht), corporatie (het opeten van eigen stoelgang), darmrommelingen en buikpijn. 40 tot 50% van de honden braakt frequent. Ook polydipsie (meer drinken dan normaal) komt voor. Hoe langer het duurt voor we een juiste diagnose kunnen stellen, hoe ernstiger de symptomen worden!


De oorzaak

  • De meest voorkomende oorzaak bij honden is de idiopatische acinaire pancreasatrofie (APA). Idiopatisch wil zeggen dat de juiste oorzaak onbekend is. De aandoening zien we vooral bij honden tussen één en vijf jaar, maar ze kan ook oudere dieren treffen. Bij sommige rassen is er een genetische prdeispisitie nl. bij de Duitse herders en ruwharige collies. Bij deze rassen denken we dat de ziekte erfelijk is. Maar ook vele andere rassen kunnen de ziekte krijgen. Een bepaald type cellen in de pancreas nl. de exocriene pancreascellen atrofieert. Ze verkleinen en verschrompelen en kunnen dus niet meer naar behoren functioneren. Deze cellen zijn belangrijk omdat ze enzymes produceren die een belangrijke rol spelen bij het verteren van voedsel. Het tekort aan die enzymes leidt tot diarree en gewichtsverlies. Ook kan er bacteriële overgroei ontstaan. Dit wil zeggen dat het aantal bacteriën in de dunne darm veel groter wordt dan normaal en daardoor kan de diarree nog toenemen.
  • Chronische pancreatitis (ontsteking van de pancreas) is een veel minder voorkomende oorzaak die we meer bij oudere honden (ouder dan vijf jaar) zien en bij katten.
  • In zeldzame gevallen kunnen adenocarcinomen (kwaadaardige tumoren) van de pancreas leiden tot obstructie van de secretie van pancreassap en dus tot EPI leiden.

Diagnose
Een betrouwbare test is de bepaling van de serum Trypsin-Like Immunoreactivity (TLI test). Hiervoor nemen we een bloedstaal bij een nuchtere hond (12 uur). Als de TLI-concentratie lager is dan een bepaalde grenswaarde (5-35g/l) is dit een bewijs dat de hond last heeft van EPI. De TLI waarde bij Diva was kleiner dan 1, een duidelijk geval dus van EPI!

Therapie
De meeste honden met EPI kunnen met succes behandeld worden door het toevoegen van pancreasenzymextract aan elke maaltijd. Bij voorkeur geef je dan de hond twee maaltijden per dag. Dit pancreasenzymextract wordt verkocht in poedervorm (non enteric coated) en moet altijd direct voor de maaltijd met het voedsel vermengd worden. Je geeft aanvankelijk één theelepel poeder per tien kilogram lichaamsgewicht per maaltijd. De diarree stopt meestal na drie à zeven dagen en ook coprofagie en polyfagie verdwijnen vaak al na een paar dagen. Nadien kan je proberen de dosis te verlagen zonder dat de hond hervalt.
Daarnaast is ook een aangepaste voeding van zeer groot belang. Je geeft best de voorkeur aan een licht verteerbaar, vezelarmdieet met een verlaagd vetgehalte. Dikwijls moeten ook extra vitamines worden toegediend. Honden met EPI hebben immers door de slechte vertering vaak een tekort aan vitamine B12 (cobalamine) en de vetoplosbare vitamines A, D, E en K. Soms is een bijkomende antibioticatherapie nodig omdat de bacteriële overgroei, een vaak voorkomende complicatie bij EPI, de diarree en malabsorptie in de hand werkt. Wanneer de hond ondanks bovengenoemde maatregelen nog last heeft, kan een tijdelijke kuur (van zeven tot veertien dagen) met glucocorticosteroiden soelaas bieden.

Besluit
EPI is een aandoening die levenslang moet behandeld worden, maar de prognose is meestal goed als je de behandeling strikt blijft volgen.

En hoe zit het nu met Diva?
Ze reageerde aanvankelijk niet zo goed op de combinatie van pancreasextract met speciale commerciële dieetvoeding. Daarom stelde onze dieetspecialiste een aangepast dieet op om zelf te bereiden, natuurlijk nog steeds in combinatie met pancreasenzymextract. Zoals een echte filmster, heeft Diva dus nu haar eigen privé-kok, maar haar baasjes koken met plezier een extra potje voor hun oogappel! Drie dagen na aanvang van deze therapie was Diva's stoelgang terug oké, na één week was ze al 700 gram bijgekomen en na ongeveer één maand heeft ze haar oorspronkelijke gewicht weer bereikt. We moeten nu zelfs opletten dat ze niet te dik wordt!


tekst en foto's: dierenarts Jasmine Verschueren

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com